Zevendedags Baptiste Gemeente te Haarlem
Historie
Op 10 oktober 1869 werd in Haarlem de gemeente van Gedoopte Christenen gesticht door G. Velthuysen Sr., een bakker, van Nederlands Hervormde afkomst, die met twee medestanders hetzelfde jaar bij de Baptiste gemeente te Franeker, gedoopt was door onderdompeling, op belijdenis van het geloof. Twaalf leden had deze gemeente, het aantal groeide. Aanvankelijk werden er huissamenkomsten gehouden. Men had een eigen doopvont in de tuin van broeder Velthuysen laten maken door een der broeders die blikslager was.
Toen in 1873 de gelegenheid zich voordeed een eigen ruimte te verwerven, kocht men een boerderijtje aan de rand van de stad, de huidige Parklaan 21, voor fl. 3.150,00 verbouwen kostte fl 1.896,00. Deze kapel is nog steeds de vergaderplaats der Haarlemse gemeente.
- Zondag 3 augustus 1873 was de eerste samenkomst.
- In 1874 verkreeg de gemeente Koninklijke goedkeuring.
- In 1876 was een nieuwe voorgevel gereed.
- En 4 november 1876 verscheen zelfs een eigen weekblad: "de Boodschapper" om meer bekendheid te geven aan het beginsel: dopen, wie gelooft op basis van de Heilige Schrift. Het ging niet om vernieuwing, maar om terugkeer tot de oude paden, door God in zijn woord aangewezen.
Tot dan had deze gemeente een krachtige groei door gemaakt. Toen ontving broeder G. Velthuysen Sr. het volgend jaar traktaten van een Amerikaanse Zevendedags-Baptiste predikant in Schotland, Ds. Nathan Wardner over de sabbat als rustdag. Daarin kwam naar voren dat de Tien Geboden nog steeds van kracht zijn en dat Christus deze wet, ook de sabbat, niet heeft afgeschaft. Na een discussie in "de Boodschapper", en na overleg met de Baptiste gemeente Stadskanaal, ging broeder G. Velthuysen Sr. met 19 andere leden over tot de stichting van de Zevendedags-Baptiste gemeente te Haarlem. Vooral dit woord was richtsnoer "Vrees God en houd zijn geboden, want dit betaamt alle mensen" (Prediker 12:13). Een gedeelte van de nog jonge gemeente kon haar voorganger niet volgen en bleef de zondag trouw. Deze scheiding der geesten was een smartelijk gebeuren, maar men meende op grond van de Bijbel en uit gehoorzaamheid deze stap te moeten doen. Bij het sabbatvierende gedeelte van de gemeente bleven broeder G. Velthuysen Sr. en broeder P.H. de Nobel ouderling, de laatste zou ook de financiën beheren en J.M. Spaan werd secretaris van het kerkbestuur.
De kapel bleef eigendom van de Zevendedags Baptisten evenals de Boodschapper, die bepleitte de sabbatsheiliging. De banden met de Amerikaanse Seventh Day Baptist Church werden nauwer aangehaald.
In 1881 verkreeg de gemeente een Koninklijke goedkeuring, waardoor het een erkend kerkgenootschap werd.
In hetzelfde jaar moest de Boodschapper als weekblad haar uitgave staken, wegens opzegging van een groot deel van de abonnees. Een jaar later verschijnt het blad; nu als maandblad, met Amerikaanse steun.
Verschillende leden trokken met dit blad en andere Christelijke lectuur, als colporteur het land door. Broeder Velthuysen verkocht de bakkerij en wijdde zich voortaan geheel aan het evangelie.
Hij was tevens twintig jaar voorzitter van de Nederlandse Christen Geheelonthoudersbond, hij hield talrijke lezingen in het land over dit onderwerp, tevens benutte hij deze gelegenheid om sabbatstraktaten te verspreiden, waardoor het aantal contacten met gedoopte sabbatvierders buiten Haarlem toenam. Het verhaal gaat dat broeder Velthuysen, als bij zijn vele rondreizen logies te duur was, hij op een bank in het park sliep. In 1882 bezocht hij voor het eerst de Amerikaanse Seventh Day Baptist conferentie, bezoeken die hij in 1890 en 1906 herhaalde. In 1884 werd de geloofsbelijdenis nauwkeuriger omschreven. Deze geloofsbelijdenis is bijna 100 jaar onveranderd gebleven.